Fons & Sien shirt and dress: Gratis patroon maat 80 / Free pattern size 80

Heel vaak lijkt het hier alsof de kleerkast van onze kleine meid leeg is. En altijd zijn het T-shirt of truitjes die lijken te ontbreken. Of dat nu ligt aan mijn stiptheid in was doen (en opvouwen! want zeg nu zelf, iets leukers bestaat er niet) of écht aan een gebrek aan shirts…? Daar kunnen we eeuwig over discussiëren. Mijn hypothese is dat het allemaal de peuter haar schuld is. Die moet maar niet denken dat haar shirt een verf-, voedsel-, krijt-, stiften-, …-  kunstwerk moet worden. Misschien denkt ze ook gewoon: Ik wil altijd leuke nieuwe shirts en ik wil dat mama een patroon daarvoor tekent en online gooit. Je merkt het, als moeder begin je spontaan over te stromen van empathie.

 

Maar dus, een patroon. Ik heb het ‘Fons & Sien’ genoemd. Waarom? Wel, omdat het een shirt is dat voor zowel jongens als meisjes schattig en stoer is. De jurkjesversie noem ik dan wel lekker stereotiep ‘Sien’. Nog een reden? Beide namen vormen de naam van mijn oma, Alfonsine. Mijn oma heeft me leren naaien. Zij heeft me lang geleden getoond hoe ik een naaimachien aan de praat moest krijgen. Toen ik bij haar ging logeren maakte ik kussenslopen en pennenzakjes. En dan is het jaren blijven liggen. Tot ik zwanger werd van Jente en mijn misselijke zelf afgeleid moest worden. In die tussentijd was oma verhuisd naar een kleinere stek en had ze haar naaimachines uitgedeeld (ja, meervoud, twee in totaal eigenlijk). Ik kreeg er één van. Hoe verliefd ik ook ben op mijn overlock, blijf ik die oude Toyota machine van mijn oma ook koesteren. En ja, dan noemen we het eerste patroon hier naar haar.

 

Er zijn drie versies van ‘Fons & Sien’:

  • shirt met korte mouwen
  • shirt met lange mouwen (ook wel trui genoemd)
  • jurkje
Het is echt een heerlijk eenvoudig patroon, maar ik hou wel van eenvoudig. En voorlopig is ‘Fons en Sien’ jammer genoeg ook enkel beschikbaar in maatje 80 (eerder klein vallend), maar er wordt gewerkt aan uitbreiding (enkele kleinere en enkele grotere maten, English tutorial to go with the English version of the pattern, …).
 

Wat heb je nodig? 
  • Een tof tricot-stofje
    Voor de shirt: 40cm (een stofbreedte van 120cm is voldoende)
    Voor het jurkje: 70cm of 40cm (als je geen fel fronsend rokdeel hoeft, maar dan heb je wel minstens 140cm stofbreedte nodig)
  • Naaimachine: overlock of zigzag van de gewone naaimachine
  • Tweelingnaald voor de zoom (of zigzagsteek)
  • Het ‘Fons & Sien” supersimpel patroon.
Download ‘Fons & Sien’:
  • De werkwijze om Fons & Sien in elkaar te zetten.

Klaar?

Go!

“Go!” Dat zegt Jente telkens ze de trap op klimt. Niet omdat wij haar zodanig geconditioneerd hebben dat ze telkens ze die trap ziet “go!” roept. Neenee, ze heeft dat helemaal zelf bedacht. Nu ik het bedenk, misschien vermoedt ze gewoon dat ‘go’ een ander woord is voor ‘trap’, want ze voegt zelden de daad bij het woord. Als een slak (of is er iets dat nog trager gaat?), klimt ons klein profiteurke de trap op. Tenzij er in haar ogen echt iets te doen valt boven (haren kammen, feest!), dan vliegt ze als een… (euh… iets keisnels!) de trap omhoog.

 

Maar goed, waarom zei ik “Go!”.
Ah juist, omdat je hier de ‘how to’ vindt, razendsnel kan starten en in no time een afgewerkt shirt of jurkje hebt. Daarom!

 
 

Werkwijze

 

Stap 1. Knip het patroon uit papier, A aan A kleven en B aan B. Leg de patroondelen op de stof en knippen maar.
Op het patroon (bij voorpand, achterpand, halsboord, mouw, mouwboord korte mouwen) staat aangeduid waar de stofvouw moet komen.
Ook zie je op elk patroondeel of er naadwaarde voorzien moet worden en hoeveel aan welke zijde.

 

Stap 2. Leg de goede kanten van voor- en achterpand op elkaar en naai de schouders aan elkaar. Maak je een shirt met korte mouwen, zet dan nu ook de zijkanten van voor- en achterpand aan elkaar vast en sla stappen 3 en 4 over.

 

Stap 3. Leg de mouwen met de goede kant op de goede kant van voor- en achterpand. Het midden van de mouw (waar de stofvouw was) komt mooi op de schoudernaad. En uiteraard, naai het ook aan elkaar vast. Ja hoor, beide mouwen.

 

Stap 4. Leg terug voor- en achterpand op elkaar zodat elke mouw ook toegevouwen is met de goede kant naar binnen. Naai nu in één keer voor- en achterpand aan elkaar en de mouw dicht. Zorg dat telkens de naden waar de mouw aan het voor- en achterpand vastgemaakt werd, mooi op elkaar liggen.

 


 

Bijna klaar! Told you, razendsnel!

 
 

Stap 5. Naai de strookjes van de halsboord en van de mouwen telkens dicht, goede kanten op elkaar. Plooi ze dubbel met de goede kanten naar buiten.

 
 

Stap 6. Halsboord. Markeer het midden van de halsuitsnijding van het voorpand en van het achterpand.

 

Markeer ook het midden van de halsboord (recht tegenover de naad).

  

Speld de naad van de halsboord aan het midden van de halsuitsnijding van het achterpand. Speld het midden van de halsboord aan het midden van de halsuitsnijding van het voorpand.

 

Naai vast. Start in het midden van het achterpand. Je zal tussen het midden van het achterpand en het midden van het voorpand de halsboord lichtjes moeten uitrekken om rondom de hele halsuitsnijding te stikken. Zo zal de kraag mooi vallen. Probeer de stof van het voor- en achterpand zelf niet uit te rekken. Kijk dus hoeveel je je stof moet uitrekken tussen het speldje aan het achterpand en het speldje aan het voorpand.

 

Stap 7. Naai de mouwboorden vast. Leg hiervoor de naad van de mouwboord mooi op de naad van de mouw.

 

Stap 8. Overlock of zigzag de onderkant. Of sla deze stap over, want tricot rafelt toch niet, ha!

 

Stap 9. Speld de zoom 2cm om. Of 3cm, zoals ik gedaan heb, als jouw Fons of Sien niet zo’n groot bovenlijfje heeft.

 

Stap 10. Vecht met de tweelingnaald om de onderkant omgezoomd te krijgen.

Omzomen met een tweelingnaald…Misschien enkele relativerende tips die ik gaandeweg, met assistentie van mijn hobbyhop-vriendinnen (naaiclubje klonk niet bruisend genoeg, vandaar hobbyhop), ontdekt heb.
– Als je op de sukkel bent, probeer dan eerst even een tweelingnaald waar er 4mm tussen de naaldjes zit. Dan raakt je draad minder snel in de knoop.
– Speel wat met de draadspanning tot het min of meer goed zit (niet te strak, geen bandje stof tussen je twee stiksels, geen té losse steken)
– Kies geen te korte steken. Iets langere steken zorgen ervoor dat je draad minder snel stropt. Bij enkele lagen tricot op elkaar, heb je al rap wat smallere steken dan wanneer je met dezelfde steeklengte op katoen werkt.
– Zorg dat je tweede klosje garen (waar je tweede bovendraad vandaan komt) goed kan bewegen.
– Je twee bovendraden in de andere richting laten vertrekken (één klosje rolt naar links af, het tweede naar rechts), kan er ook voor zorgen dat je draden minder in de knoop raken.
– Gebruik goed garen! Het kost inderdaad wat meer dan dat supermarkt-twintig-kleuren-in-één-pak-garen, maar het helpt echt wel om ervoor te zorgen dat je machine minder steken overslaat.
– Koop een machine die wat recenter is dan de mijne uit de jaren ’80.

– Noteer hieronder écht zinvolle tips om dit lijstje aan te vullen. 🙂

 

KLAAR!

 

Het bandwerk van de laatste twee weken. En dan waren er nog drie in de was! (Je ziet, ik heb daarnet niet gelogen over mijn uitstelgedrag.)

 

Wil je het jurkje maken?
Knip dan je bovenstuk maar tot aan de stippellijn en zet het shirt in elkaar tot en met stap 7.
Knip het rokdeel (afmetingen zie patroon), vouw dubbel met de goede kanten op elkaar en naai dicht.
Frons het rokdeel tot je dezelfde breedte hebt als het shirt.
Leg de goede kanten van shirt en rokdeel op elkaar en zet aan elkaar vast (met de naad van het rokdeel in het midden van het achterpand).
Omzomen.
Ik maak binnenkort nog een jurkje voor Jente (Nog een jurkje voor dat kind? Awel ja!) en dan probeer ik misschien ook nog wat ‘work in progress’-kiekjes te nemen.

 

Modellen Jente en F. showen hier de lange mouwen versie van de shirt en van het jurkje. (Voor een voorbeeld van de korte mouwen versie en nóg een lange mouwen versie, moet je hier zijn.) F. is het dochtertje (ja, Fonskes met maat 80 werden er amper geboren precies, enkel Sientjes) van één van mijn beste vriendinnen en is twee weken na Jente geboren. Gisteren hebben ze samen de boel op stelten gezet en ons buikpijn bezorgd van het lachen. Terwijl wij probeerden de brunchrommel op de ruimen, vonden de dames dat het huis te stil was. Ze namen elk een krukje en vlamden van keuken naar hal naar living naar keuken naar hal (allé, je snapt het wel). Ja, zo van leunen op die krukjes en voortduwen maar. Wel flink opheffen als er een drempeltje op hun pad kwam.
En eens buiten in hun nieuwe outfits… Handjes vasthouden en crossen maar. Als de ene viel, moest de andere ook op de grond liggen. Als de ene op het raam klopte, moest de andere ook raamrammen. Als de ene steentjes had, moest de andere ook steentjes. Als de ene op de schouders van papa mocht… En zo ging dat nog een tijdje verder.

 

Ik plooide de boord van de mouw een klein beetje om. Mooi zicht en onze dames hebben iets meer hand vrij om elkaar, de blaadjes, de steentjes en de handen van de papa’s vast te houden.

 

 

Moe!? Wij?

 

Nee hoor!

 

Toch even komen leunen bij mama. 

 

Veel plezier met dit patroon! Stuur me zeker je resultaat! Of deel hieronder. Of ergens anders met #fonsensien #fonsandsien
Ik ben benieuwd!

 

(Wel een beetje werk, zo’n patroontje. Enkele shirtjes of jurkjes maken als cadeautje of voor je eigen kids, doe gerust. Het patroon gebruiken in lessen/workshops of om shirtjes of jurkjes te maken om te verkopen, is niet toegestaan.)

 

De stofjes zijn van Bloome (jurkje) en Cherry Picking (shirt). Ik heb ze gekocht bij LanaLotta.